Hypothyreoïdie bij de hond

Hypothyreoïdie is een ziekte waarbij de schildklier te weinig schildklierhormoon produceert, en komt redelijk vaak voor bij honden. Een te langzaam werkende schildklier wordt het meest gezien bij honden van middelbare leeftijd (2-6 jaar), vaker bij de grotere rassen. De klachten ontstaan geleidelijk en in een aantal gevallen geeft de eigenaar aan dat achteraf gezien de symptomen al van jongs af aan aanwezig waren.

De schildklier
De schildklier is een klein orgaan dat zich in het halsgebied bevindt, onder het strottenhoofd, tegen de luchtpijp. De schildklier bestaat uit twee delen, de linker en de rechter kwab of lob. Tegen de beide schildklierlobben liggen de bijschildklieren.

De schildklier produceert hormonen (T4 = thyroxine) die de stofwisseling in het lichaam aansturen. Een te langzaam werkende schildklier verlaagt de stofwisseling en daarmee de werking van vele organen (o.a. hart, maagdarmkanaal, zenuwstelsel, lever en nieren). De werking van de schildklier wordt vanuit de hersenen geregeld door middel van het schildklier stimulerend hormoon (TSH).

Oorzaken
De oorzaak van hypothyreoïdie kan zowel in de schildklier zelf liggen als in de hersenen. Wanneer de oorzaak in de schildklier zelf ligt (meest voorkomend) spreken we van een primaire aandoening. In 5% van de gevallen ligt de oorzaak in de hersenen, de zogenaamde secundaire hypothyreoïdie.

Symptomen

Veel voorkomende klachten zijn:

  • Sloomheid;
  • Dik worden ondanks weinig eten;
  • Niet afvallen ondanks dieetmaatregelen;
  • Sjokkende gang;
  • Wisselende kreupelheid;
  • Droevige gelaatsuitdrukking;
  • Ontstoken, rode ogen;
  • Diarree of juist obstipatie;
  • Vachtproblemen zoals schilfers en kaalheid;
  • Meer opzoeken van warmere ligplaatsen.

Vaak zijn de symptomen niet erg opvallend. Ze ontwikkelen zich langzaam, zodat het lijkt alsof de hond een dagje ouder aan het worden is.

Diagnose
Door een uitgebreid vraaggesprek (anamnese) en lichamelijk onderzoek kan de dierenarts al het vermoeden van hypothyreoïdie uitspreken. De diagnose wordt gesteld door meting van het schildklierhormoon (T4) en het schildklier stimulerend hormoon (TSH) in het bloed. Wanneer het T4 laag en het TSH hoog is spreekt men van hypothyreoïdie.

In twijfelgevallen kan ook een schildklierscan geadviseerd worden, waarop dan te zien kan zijn dat de schildklier geen activiteit (meer) heeft. Soms dienen andere ziekten die een vergelijkbaar beeld kunnen geven eerst uitgesloten te worden. Hierbij kan gedacht worden aan bloedarmoede, hartaandoeningen en de ziekte van Cushing, maar ook medicijngebruik of een ontsteking ergens in het lichaam.

Behandeling
De behandeling van een te langzaam werkende schildklier is eigenlijk heel eenvoudig. Door schildklierhormoon in tabletvorm toe te dienen voelt uw hond zich al snel weer beter. Deze medicatie (L-thyroxine) moet levenslang gegeven worden.

Uw hond dient enkele weken na de start van de medicatie terug te komen bij uw dierenarts voor controle. Deze controle zal in ieder geval bestaan uit een vraaggesprek en een lichamelijk onderzoek. Door middel van bloedonderzoek kan gecontroleerd worden of de dosering juist is of iets moet worden bijgesteld.

De prognose is goed, wanneer er een goede reactie is op de medicatie.

Prognose
Binnen 2 weken na behandeling wordt meestal de eerste verbetering gezien. De hond wordt weer actiever en alerter. Compleet herstel duurt echter 3 tot 6 maanden. Sommige klachten kunnen in eerste instantie juist verergeren, zoals meer verharen. Dit herstelt zich later weer. Verder hebben de tabletten geen bijzondere bijwerkingen.

 

 

 

Wilt u op de hoogte blijven van onze acties en nieuwtjes? Meld u dan aan voor onze nieuwsbrief.