Allergie

Jeuk is een veel voorkomend probleem bij honden en katten. Elk dier heeft wel eens jeuk en reageert daarop met krabben, likken of bijten. Op zich is dat normaal gedrag, let maar eens op hoe vaak wij ons wel eens ergens bewust of onbewust krabben. Pas wanneer een hond of kat zich regelmatig (meerdere keren per dag en gedurende langere tijd) zit te krabben, likken of bijten kan er sprake zijn van abnormaal gedrag.

Oorzaken
Wanneer een dier jeuk heeft kunnen er verschillende oorzaken zijn. Deze oorzaken kunnen zowel lichamelijk als psychisch van aard zijn. Sommige honden of katten krabben en likken zich overmatig veel om op die manier spanningen af te reageren en/of uit verveling. Dit kan vergeleken worden met nagelbijten bij mensen. Ook zijn parasieten, zoals vlooien, mijten, luizen en schimmels een veelvoorkomende oorzaak van jeuk. Tevens zijn er enkele auto-immuunziekten die jeuk kunnen veroorzaken. 

Een groot deel van onze huisdieren met jeuk heeft een allergie. Als een dier (of mens) in contact komt met een stof die normaal niet in het lichaam thuishoort, ontstaat een afweerreactie. Bij een eerste contact met lichaamsvreemde stoffen (allergenen) reageert het afweerapparaat door het aanmaken van afweerstoffen en afweercellen. Als het om een ziekteverwekker gaat zorgt die afweerreactie ervoor dat ziekteverschijnselen worden tegengegaan. Bij een volgend contact met dezelfde stof bepaalt het lichaam of en hoe het moet reageren, hier gaat het mis bij allergiepatiënten. In plaats van niet of in geringe mate reageren, ontstaat een ernstige reactie.

Het is goed mogelijk dat een huisdier jaren achtereen met een bepaalde stof in contact is geweest, voordat deze een overgevoeligheidsreactie ontwikkelt. Anderzijds kan een contact van enkele weken al voldoende zijn om de overgevoeligheidsreactie te laten ontstaan. Bij de mens is hooikoorts een bekende vorm van allergie; het allergeen is in dit geval bijvoorbeeld stuifmeel van planten.

Symptomen
De verschijnselen van een allergie zijn heel verschillend en zijn zelden te herleiden naar een bepaald type allergie. Veel voorkomende symptomen zijn: jeuk, kaalheid/haaruitval, ontstoken huid, rode plekken of pukkeltjes, korstjes en bultjes (gelokaliseerd of over het hele lichaam), verdikkingen van huid enzovoorts. Een enkele keer zien we (alleen) een oorontsteking. Bij voedselovergevoeligheid hebben sommige dieren last van diarree, winderigheid en braken, bij atopie een enkele keer luchtwegklachten.

 
Typen allergieën

Vlooienallergie
Bij een vlooienallergie volgt de allergische reactie op contact met het vlooienspeeksel dat bij de vlooienbeet wordt ingebracht. De dieren hebben veel jeuk op het laatste deel van de rug tot boven de staart. Door de jeuk is er haaruitval, vaak met een ontsteking. Vaak is de jeuk seizoensgebonden, hoewel vlooien ook het hele jaar door problemen kunnen geven.

Voedselovergevoeligheid
Bij een voedselovergevoeligheid is een bestanddeel van het voedsel de allergene stof. Vaak is het moeilijk aan te tonen om welk voedselbestanddeel het gaat. Het feit dat een hond of kat langdurig een bepaald soort voer goed verdragen heeft sluit helaas niet uit dat hetzelfde voedsel op een zeker moment de oorzaak is van huidklachten. Ook kluifjes, botjes en koekjes kunnen de allergene stof bevatten. De dieren kunnen op bijna alle delen van het lichaam jeuk krijgen. Alle honden en katten kunnen voedselovergevoeligheid ontwikkelen op elke leeftijd, maar vaak ontstaan de klachten al op jonge leeftijd.

Atopie
Atopie of atopische dermatitis is een huidziekte die kan ontstaan bij honden (of katten) met een erfelijk bepaalde overgevoeligheid tegen onschuldige omgevingsallergenen (zoals huisstofmijt, boom- en graspollen en huidschilfers van andere dieren). Soms is de aandoening seizoensgebonden, bijvoorbeeld bij een allergie voor bloeiende gewassen. De ernst van de klachten wisselt onder invloed van factoren als klimaat en inwendige omstandigheden van het dier (bijvoorbeeld stress). Meestal treden de eerste verschijnselen van atopie al voor de leeftijd van 3 jaar op. De dieren hebben vaak jeuk aan de kop, in de oksels en liezen, op de buik en aan de poten. Ook hier is oorontsteking vaak een onderdeel van de klachten. Rassen die gevoelig zijn voor atopische dermatitis zijn bijvoorbeeld de Duitse Herder, Lhasa Apso, Schnauzer, Boxer, Retrievers, Poedel, Shih Tzu, Sharpei en de terriërs. Dieren met atopische dermatitis hebben in aanleg een verminderde barrièrefunctie van de huid.

Contactallergie
Een contactallergie is een overgevoeligheid van de huid voor bijvoorbeeld vloerbedekking, shampoo, schoonmaakmiddelen, wollen dekens, vlooienbanden etc. Hierbij kan roodheid en ontsteking van de huid worden gezien op die plaatsen waar contact met het allergeen optreedt, bijvoorbeeld de buikhuid of aan de onderzijde van de poten (dus het gebied waar hij/zij mee op de grond ligt). Dit type allergie komt niet veel voor.

Overgevoeligheid voor medicijnen
Bepaalde soorten medicijnen, zoals antibiotica, kunnen ook een overgevoeligheidsreactie veroorzaken. Vaak is er dan sprake van een algemene roodheid van de huid, gepaard gaande met heftige jeuk. Deze verschijnselen zullen verdwijnen wanneer men met de medicatie stopt.


Diagnose

Allereerst moet de huid rustig zijn als begonnen wordt met het onderzoek. Vaak is de huid beschadigd en heeft het dier last van secundaire infecties door bacteriën en/of gisten. Dit houdt in dat bijvoorbeeld antibiotica ingezet moet worden om de huid tot rust te brengen. 

Vervolgens dienen andere oorzaken van jeuk dan een allergie uitgesloten te worden. Er kunnen huidafkrabsels afgenomen worden om huidparasieten zoals mijten uit te sluiten. Tevens kan er eventueel wat materiaal afgenomen worden voor een schimmelkweek. Als deze negatief zijn moet een vlooienallergie uitgesloten worden. Ook al ziet u wellicht nooit een vlo bij uw huisdier, toch kan dit niet uitgesloten worden als het dier er niet goed voor behandeld wordt. Door 1 beet van een vlo kan het dier al een enorme allergische reactie krijgen. Als het dier gedurende enkele maanden regelmatig met een goed antivlooienmiddel behandeld is en de jeukklachten blijven, is dat een reden om deze allergie te parkeren.

Vervolgens dient een voedselovergevoeligheid uitgesloten te worden. Alleen door het geven van een speciaal dieet (eliminatiedieet) kan men erachter komen of er sprake is van een overgevoeligheid voor bestanddelen in het huidige voer. Dit eliminatiedieet moet bestaan uit een nieuwe eiwitbron in combinatie met een koolhydraatbron. Een zelfbereid dieet is het beste, hiermee kunnen 100 % van de voedselovergevoeligheden gediagnosticeerd worden. De richtlijnen voor een zelfbereid dieet zijn: bij voorkeur struisvogel-, paarden-, herten- of geitenvlees als eiwitbron met gekookte rijst als koolhydraatbron. Voor de hond ongeveer 100-150 gram per 10 kg lichaamsgewicht, voor de kat 50-75 gram per 10 kg lichaamsgewicht van zowel het vlees als de rijst, waarbij wat kooknat toegevoegd moet worden. Is uw huisdier een grote eter of valt hij/zij gedurende het dieet veel af, dan mag zeker meer gegeven worden. De speciale commerciële diëten met gehydrolyseerde (kapot geknipte) eiwitten tonen 80 % van de gevallen aan. De eerste dagen moet het nieuwe dieet gemengd worden met het oorspronkelijke voer (de verhouding per dag wisselen) om het dier eraan te laten wennen.

Het is belangrijk om naast dit zelfbereide of commerciële dieet niets anders te geven, dus geen snoepjes, koekjes, botjes etc! Na 6 tot 8 weken moet bij een voedselovergevoeligheid een verbetering van de klachten van minimaal 50 % worden gezien. Indien de jeuk na het geven van het dieet verdwijnt en weer terugkomt bij het oude dieet (provocatiefase), is bewezen dat voedselovergevoeligheid een rol speelt.

Als een voedselovergevoeligheid is uitgesloten is de kans groot dat het een atopie betreft. Bij atopie kan een allergietest worden uitgevoerd, wat vooral bij honden veel wordt gedaan. Pas sinds kort is het ook mogelijk bij katten, hoewel de resultaten veel minder betrouwbaar zijn. Door middel van een allergeenspecifiek bloedonderzoek en (eventueel) een huidtest kan worden geprobeerd aan te tonen voor welke allergenen de hond gevoelig is. Geen enkele allergietest geeft 100% duidelijkheid, een negatieve uitslag hoeft niet altijd te betekenen dat er geen allergie is, alleen dat er op dat moment geen antistoffen zijn of dat het allergeen dat de klachten veroorzaakt niet getest is.

 

Behandeling

Bij alle allergieën werkt het geven van essentiële vetzuren heel gunstig als aanvulling op onderstaande behandelingen. In een aantal gevallen is bij huidproblemen ook seborroe aanwezig, een afwijkende talgproductie wat leidt tot een versterkte schilfering. Men ziet meestal een overmatige schilfering samen met een droge (of soms juist vettige) huid. Het inzetten van speciale shampoos kan hierbij het herstel sterk bevorderen. 

Vlooienallergie
De behandeling bestaat uit een goede vlooienbestrijding bij alle huisdieren en de omgeving het hele jaar door. Eventueel kan bij een opflikkering van de klachten ondanks een goede vlooienbestrijding tijdelijk medicatie tegen de jeuk gegeven worden.

Voedselovergevoeligheid
Bij een voedselovergevoeligheid moeten de stoffen die de allergie veroorzaken worden vermeden door levenslang een hypoallergeen dieet te voeren. Welk dieet het dier het beste verdraagt is per individu verschillend en zal moeten worden getest. 

Atopie
Wanneer we met atopische dermatitis te maken hebben lijkt het de meest logische oplossing om de oorzakelijke allergenen te verwijderen uit de omgeving. Meestal is dit helaas niet praktisch uitvoerbaar. Er zijn diverse mogelijkheden om atopische dermatitis (bij honden) te behandelen. Ten eerste is er de mogelijkheid van allergeenspecifieke immunotherapie (hyposensibilisatie). Hierbij worden onderhuidse injecties gegeven met een speciale vloeistof met daarin de allergenen waar de hond gevoelig voor is. Op deze manier kan geprobeerd worden de overgevoeligheidsreactie te beïnvloeden door het lichaam te laten wennen aan deze allergenen. Gemiddeld duurt de behandeling 6 tot 10 maanden en is alleen mogelijk bij dieren waarbij duidelijk is vastgesteld voor welke allergenen ze overgevoelig zijn. De kans op succes is ongeveer 65-75%. Slaagt deze methode dan is het dier meestal voor lange tijd van zijn probleem verlost. Soms is het nodig om de behandeling op een later tijdstip te herhalen.

Een andere mogelijkheid is de farmacologische behandeling. Deze richt zich niet op de allergenen maar op het onderdrukken van de ontstekingsreactie in de huid en moet levenslang gegeven worden. Hiervoor kunnen bijvoorbeeld corticosteroïden, cyclosporine (Atopica®) of antihistaminica gebruikt worden. Corticosteroïden werken snel en zijn goedkoop, maar kunnen bij langdurig gebruik van hoge doseringen vervelende ongewenste bijwerkingen hebben. Cyclosporine werkt wat langzamer en is relatief duur, maar heeft minder bijwerkingen. Antihistaminica werken maar bij een zeer beperkt deel van de atopiepatiënten.

Bij oorontstekingen is een oorzalf op basis van corticosteroïden (vaak) onmisbaar. Daarnaast is het van groot belang een eventuele microbiële ontsteking van de huid te behandelen of liever nog te voorkomen.

Wilt u op de hoogte blijven van onze acties en nieuwtjes? Meld u dan aan voor onze nieuwsbrief.