Wormen

Wormen zijn inwendige parasieten en een veel voorkomend probleem bij honden en katten. Er zijn verschillende soorten wormen bij de kat, de meest voorkomende zijn lintworm en rondwormen (spoelworm, haakworm en zweepworm).

Vrijwel alle pups en kittens zijn al besmet met spoelwormen als ze nog in de baarmoeder zitten, of lopen de besmetting direct na hun geboorte op via de moedermelk.  Bovendien worden dieren van alle leeftijden constant blootgesteld aan mogelijk schadelijke parasieten via de omgeving, bijvoorbeeld grond in de tuin en parken die besmet is met wormeneitjes of –larven, door prooidieren (bijvoorbeeld slakken en muizen) die de besmetting met zich meedragen en via muskietenbeten, die een hart/ of longwormbesmetting kunnen overbrengen. Ook het voeren van rauw vlees kan een worminfectie veroorzaken.

De parasieten houden zich meestal in de darmen of elders in het lichaam verscholen, waar ze onzichtbaar zijn maar wel de gezondheid van het dier aantasten.

Hoewel sommige van deze parasieten erg gevaarlijk zijn, kunnen ze gemakkelijk worden bestreden en ziekte kan worden voorkomen. Sommige wormen kunnen ook mensen besmetten.

Onderzoek

U kunt uw huisdier te laten onderzoeken op wormen.

Lintwormen verraden zich snel: op de ontlasting van de hond of kat bevinden zich kleine witte stukjes (maden), die als ze opdrogen wat bruiner worden (rijstekorrel).

Andere wormen zijn veel lastiger te vinden, de eieren zijn microscopisch klein, de larven niet goed zichtbaar en dode volwassen wormen zijn meestal verteerd voordat ze het lichaam verlaten hebben. Ontlastingsonderzoek is een eenvoudige en weinig kostbare methode om wormbesmettingen vast te stellen. Voor een besmetting met wormen hoeft u dus niet altijd wormen te zien!

Advies ontworming

Pups en kittens:

Aangezien vrijwel alle pups en kittens al bij de geboorte of direct erna besmet zijn en zij constant opnieuw besmet worden via de moedermelk en omgeving, is het belangrijk om al in de eerste levensweken te beginnen met de ontworming en om ze ook daarna nog vaak te behandelen.

Het beste is om tweewekelijks te ontwormen vanaf het moment dat pups 2 weken en kittens 4 weken oud zijn, tot een leeftijd van 10-12 weken. Daarna maandelijks ontwormen totdat de pup/kitten 6 maanden oud is.

Volwassen hond en kat:

Over het algemeen hebben volwassen dieren zelf weinig last van een worminfectie. Zij vormen echter wel een besmettingsbron voor andere dieren en, belangrijker, voor uzelf. Vanwege de grote verspreiding van wormen en het gemak waarmee de besmetting kan worden opgelopen, moeten ook volwassen honden en katten 3 tot 4 keer per jaar worden behandeld.

Voor de bestrijding van lintwormen is het tevens van groots belang dat de vlooien bestreden worden. Deze zorgen steeds weer voor een nieuwe besmetting.

Hart- en longwormen kunnen wel ernstige ziekteverschijnselen veroorzaken en dienen adequaat bestreden te worden, mits uw huisdier risico loopt op een besmetting (bijvoorbeeld bij reizen).

Er zijn veel middelen beschikbaar voor de behandeling en bestrijding van wormen. Zorg ervoor dat u uw huisdier het middel geeft dat het beste voldoet aan zijn en uw behoeften voor wat betreft gebruiksgemak, doeltreffendheid, veiligheid (vooral bij de behandeling van erg jonge pups en kittens) en omstandigheden (bijvoorbeeld reizen).

Soorten wormen bij de kat

Lintworm

Lintwormen (Dipylidium caninum) zijn veel voorkomende parasieten in de dunne darm van honden en katten; ze zijn plat en kunnen van een paar millimeter tot 2,5 meter lang zijn. Ze hechten zich aan de darmwand van het dier en leven van de darminhoud die via hun integument (‘huid’) wordt geabsorbeerd. De meeste voorkomende klacht die ze veroorzaken is jeuk aan de anus. Deze lintworm kan ook de mens besmetten, vooral kinderen, maar is doorgaans niet gevaarlijk.

Levenscyclus

Volwassen lintwormen leven in de darmen waar ze eitjes leggen die in de omgeving terechtkomen via de uitwerpselen. Deze eitjes bevatten een larve in het eerste stadium en wanneer ze worden opgegeten door een tussengastheer zet de ontwikkeling zich voort tot aan het tweede larvestadium. Voorbeelden van tussengastheren zijn een klein zoogdier zoals een muis, een herkauwer (besmet rauw vlees) of een geleedpotige zoals een vlo. De larven zijn besmettelijk voor de hond en kat en wanneer deze de tussengastheer of zijn weefsels inslikt, hechten ze zich aan de darmwand en worden binnen enkele weken volwassen.

Lintwormen verraden zich snel; als uw huisdier een lintworminfectie heeft kunt u vaak kleine witte stukjes ter grootte van een rijstkorrel rondom de anus of in de ontlasting zien. Deze segmenten (delen) van de lintworm bevatten grote hoeveelheden lintwormeitjes.

Vlooien spelen een belangrijke rol als tussengastheer. Bij de bestrijding van lintwormen is het dus tevens belangrijk de vlooien goed onder handen nemen.

Ziekte
Volwassen lintwormen zijn onaangenaam om te zien, maar veroorzaken weinig schade bij honden en katten, hoewel ernstige besmettingen kunnen leiden tot darmbeschadiging vanwege de fysieke aanwezigheid van de wormen

 

Rondwormen

Haakworm

Haakwormen worden vooral gezien bij dieren in asiels, kennels en zwerfdieren, maar kunnen ook onze huisdieren besmetten. In Nederland komt de haakworm Uncunaria stenocephale het meeste voor, besmetting vindt vooral plaats door het oplikken van besmette grond of prooidieren, door de huid komt minder vaak voor. In Zuid-Europa is de haakworm Ancylostoma caninum voor de hond gevaarlijker, deze worm kan wel makkelijk via de huid binnendringen en kan een ernstige darmontsteking veroorzaken. Bij de kat wordt de haakworm Ancylostoma tubaeforma vooral bij zwerfdieren gezien.

Levenscyclus

Volwassen haakwormen leven in de dunne darm van honden en katten, waar ze eitjes leggen die via de uitwerpselen in de omgeving terechtkomen. Binnen enkele weken komen er larven uit de eitjes, die klaarstaan om de hond of kat te besmetten. Na de besmetting beginnen de larven zich te verplaatsen door het lichaam (migreren) totdat ze hun uiteindelijke bestemming bereiken: de darmen, waar ze zich ontwikkelen tot volwassen wormen die eitjes leggen. Sommige larven bereiken de darm niet: zij blijven ingekapseld in verschillende organen totdat een stimulus, zoals zwangerschap, ze opnieuw activeert en ervoor zorgt dat ze opnieuw gaan migreren, in de darmen terechtkomen en zich ontwikkelen tot volwassen wormen.

Ziekte
Larven die door de huid heendringen, veroorzaken een hevige, jeukende ontsteking; migratie door het ademhalingsstelsel kan leiden tot ontsteking en hoesten. Volwassen wormen hechten zich met haakvormige tanden aan de darmwand en leven van bloed en weefsel, waardoor ze onbehagen, bloederige diarree en zelfs bloedarmoede kunnen veroorzaken.

 

Spoelworm

Spoelwormen, ook wel ascariden genoemd, komen het meest voor bij honden en katten (resp. Toxocara Canis en Toxocara Cati). De volwassen wormen bevinden zich in de dunne darm, waar ze leven van de darminhoud. Qua uiterlijk lijken ze op spaghetti: ze zijn 2-3 mm dik en tot wel 20 cm lang.

Levenscyclus

Wanneer een hond of kat de wormeitjes inslikt, komen deze in de maag. Daarna dringen de larven door de maagwand heen en verplaatsen (mirgreren) ze zich naar verschillende organen, voordat ze terugkeren in het darmstelsel en zich ontwikkelen tot volwassen wormen.

Volwassen spoelwormen leven in de dunne darm van honden en katten, waar ze tot wel 80.000 eitjes per dag leggen. Deze eitjes komen via de uitwerpselen in de omgeving terecht en binnen een paar weken ontwikkelt zich hierin een besmettelijke larve. Sommige larven gaan niet terug naar de darmen: zij blijven ingekapseld in de verschillende organen totdat een stimulus, zoals zwangerschap, ze opnieuw activeert en ervoor zorgt dat ze opnieuw gaan migreren en zich in de darmen ontwikkelen tot volwassen wormen.

Pups en kittens worden direct na de geboorte besmet via de moedermelk. Daarnaast kunnen honden en katten spoelwormen opnemen via de omgeving, door ongewild de besmettelijke eitjes in besmette grond in te slikken of door besmette knaagdieren te eten.

Ziekte

Spoelwormen zijn vooral schadelijk voor pups en kittens, bij grote aantallen kunnen zij diarree, verminderde eetlust en een groeiachterstand veroorzaken. Bij ernstige besmettingen bestaat het risico op een verstopping van de darm.

Door de tocht die de larven door het lichaam maken kunnen lever-, long- en hersenbeschadigingen ontstaan.

 

Zweepworm

Zweepwormen, ook wel kennelworm of Trichuris vulpis genoemd, zijn parasieten die vaak voorkomen in de blinde en dikke darm van honden en katten; ze zijn dun en 5-7 cm lang.

Ze komen weinig voor, maar in kennels met onvoldoende hygiënemaatregelen kan de infectiedruk hoog oplopen.

Levenscyclus

Een dier kan zweepwormen krijgen door de wormeitjes ongewild in te slikken via besmette grond. In de darmen van de hond of kat komen de eitjes uit en binnen 60 tot 90 dagen ontwikkelen de larven zich tot volwassen wormen die eitjes leggen en wel 1.5 jaar in de darm kunnen blijven leven. Aangezien de eitjes niet regelmatig worden uitgescheiden, kan de diagnose lastig te stellen zijn en kan er meer dan één onderzoek van de ontlasting nodig zijn. Zweepwormen gebruiken hun mond als een speervormig zwaard waarmee ze in de darmwand steken en deze doorboren en ze leven van het vrijkomende bloed en weefselvloeistoffen.

Vanwege de bijzonder grote weerstand van deze eitjes is het erg moeilijk om ze in de omgeving te bestrijden.

Ziekte
Vanwege hun eetgewoontes kunnen zweepwormen bloederige diarree, gewichtsverlies, bloedarmoede en uitdroging veroorzaken, vooral in het geval van een ernstige besmetting. Gelukkig zijn de meeste besmettingen gering en verlopen vaak zonder klachten.

Wilt u op de hoogte blijven van onze acties en nieuwtjes? Meld u dan aan voor onze nieuwsbrief.