Chippen

Jaarlijks lopen (of vliegen) honderden katten, honden en andere huisdieren weg. Een groot deel hiervan vindt de weg naar huis niet meer terug, maar gelukkig worden veel van deze dieren opgevangen in een asiel. Voor dieren die niet zijn geïdentificeerd blijkt het vaak onmogelijk om de eigenaar op te sporen. Een halsbandje met een penning of adreskokertje lijkt een goede oplossing, maar helaas kan dit kwijt raken. Gelukkig is er een goede identificatiemethode: de elektronische chip. Met zo’n chip en de daaraan gekoppelde registratie van uw huisdier is hij/zij altijd te herkennen, want de code van de chip is uniek. Als uw huisdier meegaat naar het buitenland is het zelfs verplicht.  Ook vogels kunnen gechipt worden!

De voordelen van chippen op een rijtje:

  • Een chip is diervriendelijk en gemakkelijk af te lezen.
  • Het maakt uw huisdier uniek: uw dier kan altijd en wereldwijd geïdentificeerd worden.
  • Een chip gaat een dierenleven lang mee.
  • Uw huisdier voelt niets van de chip.
  • Een chip is fraudebestendig.
  • Ook jonge dieren kunnen al gechipt worden.
  • Je ziet er niks van, een chip is niet ontsierend.
  • Het plaatsen van een chip wordt door de meeste huisdierverzekeraars vergoed.

Het chippen in zijn werk
Een chip is een klein kunststof buisje ter grootte van een rijstkorrel, met daarin een chip die een unieke cijfercode bevat. De chip wordt onderhuids tussen de schouderbladen ingebracht met een naald. Dit is niet al te pijnlijk, maar als u niet wilt dat uw dier het voelt dan kan het ook gedaan worden tijdens bijvoorbeeld de sterilisatie of castratie, wanneer het dier onder narcose is.

Indien uw huisdier ontsnapt is en bij een dierenarts, dierenambulance of asiel terechtkomt kan de chip afgelezen worden met behulp van een scanner of chipreader. Als de chip juist geregistreerd staat bij een databank kan de eigenaar makkelijk opgespoord worden.

De registratie
Na het chippen dient de registratie bij een databank nog plaats te vinden. Als u wilt dat de databank het chipnummer van uw dier openstelt, zodat als uw dier zoek raakt, de vinder kan nagaan waar hij thuishoort, dan moet u de databank daar toestemming voor geven. Er zijn verschillende databanken, onder andere de Stichting Nederlandse Databank Gezelschapsdieren (NDG). Door registratie wordt het chipnummer gekoppeld aan uw gegevens, zonder deze registratie kan de eigenaar van een gechipt dier nooit gevonden worden.

Als uw contactgegevens veranderen, is het belangrijk om dat ook te door te geven bij de databank. Als u nog weet bij welke databank uw dier geregistreerd staat, kunt u naar de website van de databank gaan en daar zelf de gegevens wijzigen. Soms heeft u daarvoor een wachtwoord nodig of het paspoortnummer van uw dier. Als u niet meer weet bij welke databank uw dier geregistreerd staat kunt u daar via www.chipnummer.nl achterkomen. U voert uw chipnummer in en de website doorzoekt voor u alle Nederlandse databanken. Het chipnummer is (meestal) terug te vinden in het dierenpaspoort.

De gegevens van uw dier blijven 30 jaar bewaard in de database als er geen definitieve afmelding binnenkomt. Als u uw dier afmeldt in de database omdat hij overleden is of blijvend vermist, worden de gegevens nog 5 jaar na deze melding bewaard.

Wilt u op de hoogte blijven van onze acties en nieuwtjes? Meld u dan aan voor onze nieuwsbrief.