De fret

De fret is een langgerekt roofdiertje met een flexibel lijf en korte pootjes, dat tot de familie van de marterachtigen behoort. Het is de gedomesticeerde vorm van de bunzing en is familie van o.a. de steenmarter, otter, wezel, hermelijn en nerts. Al voor de jaartelling werden de jachtkwaliteiten van de fret gebruikt bij de jacht op voornamelijk konijnen en het bestrijden van muizen en ratten, het zogenaamde fretteren.

Algemeen

Rammen (mannetjes) zijn aanzienlijk forser dan de moertjes (vrouwtjes), die doorgaans wat actiever en iets temperamentvoller zijn. Fretten hebben een zomer- en een wintergewicht. De dieren eten in het najaar meer en zijn dan ook aanzienlijk zwaarder dan in het voorjaar. Fretten worden doorgaans zes tot tien jaar oud.

Wildkleur en albino zijn de meest geziene kleuren bij de fret. De kleur kan gedurende het leven van de fret en ook afhankelijk van het jaargetijde van tint verschieten. Daarnaast zijn er nog andere kleuren en aftekeningen en zogeheten angorafretten met een lange(re) vacht. Fretten gaan doorgaans in het voor- en najaar in de rui.

Fretten blijven hun leven lang speels, vrolijk, nieuwsgierig en ondeugend. Ze zijn intelligent en u kunt hen dingen aanleren, maar verwacht van dit dier geen absolute gehoorzaamheid. Ze hebben een geheel eigen taal met karakteristieke geluiden en bewegingen. De fret is van nature geen groepsdier en heeft een eigen territorium nodig.

Fretten zijn geen uitgesproken nachtdieren. Ze slapen overdag veel, maar hebben daarnaast een vast dagritme. Ze zijn het meest actief in de schemering.

Huisvesting

Fretten hebben een verblijf nodig waarin ze uit de voeten kunnen, ze hebben ruimte nodig. Het nachthok dient goed geïsoleerd te zijn tegen zowel warmte als kou. Binnen of buiten: het verblijf dient altijd uit de zon te staan, omdat fretten erg gevoelig zijn voor warmte en snel oververhit raken. De dierenspeciaalzaak verkoopt speciale frettenverblijven. In het frettenverblijf hoort voor elke fret een aparte  toiletbak te staan met een stofvrije vulling die geen klonten mag vormen. Veel fretten worden nooit helemaal zindelijk.

Zorg voor een aparte slaapplek voor elke fret, die met behulp van wat handdoeken of lappen zodanig is ingericht dat de fret altijd ergens in of onder kan slapen. Weg kunnen kruipen geeft een gevoel van veiligheid en dat is belangrijk voor het welzijn van het dier. Bij fretten die aan stoffen knagen, kan een doosje van karton of hout met een zachte bodembedekking een idee zijn.

Bewegen doen ze vooral buiten hun verblijf. Fretten moeten dagelijks een paar uur vrij kunnen bewegen om zo al rennend en spelend hun energie kwijt te raken. Ze houden er van om overal in te kruipen en alles te onderzoeken en u kunt hen blij maken met speelmateriaal in de vorm van dozen, tunnels, balletjes en veilige pluchen beestjes. Zorg dat de speelruimte ‘fretproof’ is. Fretten proberen namelijk overal op, onder en achter te komen. Het uitgraven van plantenbakken, leeghalen van prullenbakken en krabben aan vloerbedekking is gedrag dat u niet kunt afleren, hooguit kunt u het proberen te voorkomen. Fretten zijn meesters in het ontsnappen en kunnen door kleinere ruimten kruipen dan de meeste eigenaren voor mogelijk achten.

Voeding

De wilde verwanten van de fret zijn echte vleeseters en voeden zich in de natuur met prooien als knaagdieren en vogels. Het maagdarmkanaal van de fret is dan ook helemaal ingesteld op het verteren van vlees. Voer een kwalitatief zeer hoogwaardige en speciaal voor fretten gemaakte voeding met relatief veel eiwitten en iets minder vetten (en weinig koolhydraten). Een hoogwaardig kattenvoer (geen kittenvoer) kan hier ook aan voldoen. Algemene richtlijn is een eiwitpercentage tussen 30-40%, een vetpercentage tussen 15-20% en zo min mogelijk (minder dan 2%) vezels. U kunt een fret ook dode prooidieren, zoals ratten en muizen, voeren. Zieke of drachtige fretten kunnen bijgevoerd worden met Royal Canin convalescense.

Een frettenmaag kan niet overweg met groenten en fruit. Hondenvoer en vegetarische voedingen zijn ongeschikt omdat daar voor fretten te veel onverteerbare plantaardige producten en vezels in zitten. U kunt uw fret met mate verwennen met een speciaal frettensnoepje gemaakt van vleesproducten, stukjes (gekookte) kip, stukjes gekookt ei of een heel klein klontje roomboter. Pas op met suikerhoudende of koolhydraatrijke producten, die kunnen voor gezondheidsproblemen zorgen.

Er wordt aangeraden om voor fretten altijd voer ter beschikking te hebben. Houd in de gaten dat de fret zijn eten niet verstopt, zodat het bederft. Fretten eten vaker op de dag kleine porties, daarom moet er altijd eten in de kooi staan. Een fret moet minimaal om de 4 uur kunnen eten. Zij hebben een relatief kort maagdarmkanaal waardoor het voedsel maar korte tijd in het maagdarmkanaal blijft: in 3 uur tijd is het voedsel al van de bek naar de anus verplaatst.

Vers drinkwater hoort altijd aanwezig te zijn. Een drinkfles is hiervoor het handigst.

Als uw fret verkeerde voeding krijgt, wordt zijn algemene conditie slechter, gaat de huid ruiken, en worden de vacht en de ontlasting slecht.

Veel fretten ontwikkelen haarballen. U kunt preventief een haarbal oplossend middel te geven, zoals Lax-a-past®.

Gedrag

Fretten kunnen hard bijten, laat ze daarom nooit alleen met jonge kinderen. De omgang met fretten dient altijd onder supervisie van een volwassene te staan.

Gebruik voor het oppakken en vasthouden van een fret altijd twee handen. Leg bij het oppakken één hand over de schouders, net achter de voorpoten van het dier en ondersteun met de andere hand de achterhand. Het is ook mogelijk om de fret achter de oksels, onder de borstkast vast te houden.

Fretten hebben een consequente opvoeding nodig, waarbij uw eigen lichaamstaal erg belangrijk is. Fretten mogen niet te jong bij hun moeder weg, pas vanaf 8-9 weken, omdat ze dan op latere leeftijd een grotere kans hebben op een gedragsstoornis. Tot die tijd leren ze de (sociale) vaardigheden en zindelijkheid van hun moeder.

Na deze periode neemt u wat betreft opvoeding een aantal taken van de moeder over, bijvoorbeeld het bijtgedrag. Leer de pup vanaf het begin dat bijten, ook al is het uit speelsheid, niet de bedoeling is.

Let hierbij wel goed op het karakter van de fret, bij onzekere fretten kan het pakken in de nekvel averechts werken. Pak een onzekere fret vaker op en laat hem aan uw handen wennen. Als straf kunt u de fret in een “strafhoekje” zetten en volkomen negeren. Dit vinden fretten vreselijk. Zet een fret niet voor straf in zijn kooi, want dit is zijn vertrouwde plekje. Ze zijn erg stressgevoelig, beperk ingrijpende dingen zoals verhuizingen of shows.

Fretten hebben gemiddeld per dag een periode van 3 uur waarin ze actief zijn (spelen, eten, vachtverzorging, etc.). De resterende tijd gebruiken ze voornamelijk om te rusten en te slapen. Fretten verschillen onderling in temperament en bedrijvigheid. Ook gedragen ze zich anders in zomer en winter; ‘s zomers is het dier actiever, in de winter zal het meer slapen.

Chippen

Of het nu gaat om een hond, kat, fret, konijn of papegaai, het risico dat uw huisdier alleen op stap gaat of wegvliegt is altijd aanwezig. Een geregistreerde chip zorgt ervoor dat u snel opgespoord en herenigd wordt, wanneer uw dier gevonden is.

Bij bezoek aan het buitenland is het verplicht uw fret te laten chippen.

Vaccinaties

Fretten zijn vatbaar voor hondenziekte, ze zijn er zelfs gevoeliger voor dan honden. Hondenziekte is altijd dodelijk. U voorkomt deze ziekte door uw jonge fret te laten enten als hij 9 en 14 weken oud is, en met een jaarlijkse herhalingsenting. Wij gebruiken daarvoor de Nobivac® puppy DP-vaccinatie. Fretten ouder dan 3 maanden die nooit eerder zijn geënt kunnen het beste 2x worden gevaccineerd met een tussentijd van ongeveer 3 weken, en daarna ook jaarlijks.

Neemt u de fret mee naar het buitenland? Dan is een rabiësenting verplicht. Uw fret moet dan ook een officieel Europees Dierenpaspoort hebben en hij moet gechipt zijn.

Ontworming

Fretten hebben in tegenstelling tot honden en katten een natuurlijke afweer tegen wormen en hoeven dus niet standaard ontwormd te worden. Slechts wanneer er wordt vermoed dat een fret wormen heeft en ze in zijn ontlasting kunnen worden aangetoond, is het noodzakelijk om te ontwormen. 

Parasieten

Er zijn verschillende parasieten waar de fret last van kan hebben. De meest voorkomende zijn de vlo, de teek en de (oor)mijt.

Bekend is dat de vlooien van de hond en kat graag een overstapje nemen op het lichaam van de fret wanneer ze in hetzelfde huis gehouden worden. Oormijt is een veel voorkomende aandoening bij fretten. Vaak worden jonge fretten in het nest al geïnfecteerd door de moeder. De oormijt wordt daarnaast ook makkelijk via onderling contact tussen fretten.

De makkelijkste methode om vlooien en oormijt te bestrijden is het gebruik van Stronghold voor puppies/kitten. Dit middel is bij de dierenarts verkrijgbaar en eenvoudig toe te dienen. Behandel altijd alle fretten tegelijk, neem ook honden en katten in hetzelfde huishouden mee.

Helaas helpt Stronghold niet tegen teken. Gebruik hiervoor Frontline spray. Gebruik geen vlooienbandjes of poeders, deze brengen teveel nadelen met zich mee (giftig, ophanggevaar, huidproblemen, allergische reactie).

Castreren, steriliseren of een implantaat suprelorin

Redenen om een ram te castreren zijn vooral de indringende lichaamsgeur, vervelend gedrag naar andere fretjes en geurvlaggen uitzetten. Castreren kan vanaf een leeftijd van 6-8 maanden. De ingreep is hetzelfde als bij een kater.

Een moertje wordt loops tegen het voorjaar na hun geboorte, sterilisatie kan wachten tot ze loops wordt. De loopsheid gaat meestal niet vanzelf weg. Door de hoge hormoonspiegels (oestrogenen) loopt de fret een groot risico op beenmergdepressie, waardoor er geen rode bloedcellen meer worden aangemaakt. Hierdoor ontstaat er bloedarmoede, maar ook stollingsproblemen, en uiteindelijk zal het fret hieraan overlijden. Moertjes waarmee niet gefokt wordt dienen dus gesteriliseerd te worden om dit te voorkomen. 

Er zijn helaas ook wat nadelen aan castratie/sterilisatie. Sommige dieren ontwikkelen op oudere leeftijd bijniertumoren. Een alternatief voor castratie en tevens de therapie bij bijnierschorstumoren bestaat uit het middel Suprelorin®. Het is een implantaat met de werkzame stof desloreline. Het implantaat zorgt ervoor dat er bij de mannetjes geen testosteron en bij de vrouwtjes geen oestrogeen meer wordt gevormd. De bijnierschorstumoren van de fret zijn namelijk hormonaal gestuurd. Het implantaat werkt echter maar een bepaalde periode (2 tot 4 jaar, afhankelijk van het type), en zal dus herhaaldelijk moeten worden gegeven.

Voortplanting

Een nestje lijkt ontzettend leuk en dat kan het ook zijn. Maar een bevalling gaat niet altijd goed. Dit kan de ongeboren jongen en de moeder in gevaar brengen. Bovendien kost het verzorgen en opvoeden van de pups veel tijd en geld. En kun je de pups wel kwijt? Denk er dus goed over na voor je besluit te fokken!

De voortplanting van fretten berust op fotoperiodiciteit. Dat wil zeggen dat de lengte van het daglicht van invloed is op hun paarbereidheid. De paartijd van fretten valt tussen maart en augustus. Het rammetje echter is vaak al in december bronstig, het moertje wordt pas later loops. Het beste seizoen om te bevallen is in het voorjaar, want dan is er veel voedsel en is het warmer.

De loopsheid van een moertje eindigt pas als ze gedekt is, omdat de eisprong door de dekking wordt opgewekt.

De dekking, dracht en partus

Plaats de ram en het moertje voor de dekking samen in een kooi. Neem een niet al te ruime kooi, want rammen pakken moertjes bij de dekking stevig in het nekvel en slepen ze daarbij vaak door de kooi. Na elkaar een tijd te hebben besnuffeld, zal de ram proberen het moertje te dekken. Het moertje neemt, zeker in het begin van de paartijd, niet altijd genoegen met de eerste de beste ram. Keurt ze hem goed dan zal ze de dekking toelaten. Anders bijt ze fel van zich af. Grijp nooit in tijdens de dekking. Dat een vrouwtje piept is niet ongewoon. De dekking kan enige uren in beslag nemen. Je kunt deze het beste 's ochtends laten plaatsvinden en de dieren dan diezelfde dag 's avonds voor één noodzakelijke extra dekking nogmaals bij elkaar plaatsen.

Na een geslaagde zwangerschap zal de zwelling van de vulva van het moertje weggaan. De draagtijd is 42 dagen. Het moertje zal meer gaan slapen en kan een hoge verzorgingdrang krijgen. Deze zwangerschapskenmerken treden overigens ook op bij schijnzwangerschap.

Zorg in deze periode voor extra voer van goede kwaliteit. Het is verstandig om het moertje ongeveer twee weken voor het eind van de dracht alleen in een kooi te plaatsen. Ze heeft namelijk behoefte aan een rustige nestplaats, waar zij enige tijd voor de bevalling naar op zoek zal gaan. Geef haar voldoende lappen voor de nestplaats.

De bevalling kan enkele uren duren. Het nest van een fret bestaat gemiddeld uit 7 jongen, maar dit kunnen er ook 2-10 zijn. De jongen worden blind en kaal geboren. Houd de bevalling van een afstandje in de gaten. Grijp niet onnodig in, want het moertje heeft in het begin niet graag anderen in de buurt van haar jongen; sommige doden de jongen zelfs bij verstoring.

Beperk de verzorging de eerste paar weken tot het schoonmaken van de kattenbak en het voorzichtig vervangen van de lappen. Pas daarbij op dat je het nest niet teveel verstoort. Het moertje verzorgt haar jongen in deze periode zelf: ze voedt ze, wast ze en houdt ze warm. Na een week of vier zullen de jongen zelfstandig proberen te eten. Het moertje zal je nu waarschijnlijk wel met haar pups vertrouwen. Vooral tussen 5-8 weken leeftijd leren de pups allerlei sociale vaardigheden van hun moeder en nestgenoten. Pas vanaf een leeftijd van 8 weken zijn ze zelfstandig en kunnen ze naar een nieuwe eigenaar.

De zieke fret

Om te kunnen beoordelen of uw fret ziek is, dient u eerst op de hoogte te zijn van het gedrag van het dier in goede conditie. Het is dan ook niet overdreven te benadrukken om het dier te observeren onder allerlei omstandigheden. Des te beter kunt u inschatten of zijn gedrag op een bepaald moment afwijkt van zijn normale gedrag. Zieke fretten zijn al gauw érg ziek, dus nooit lang wachten, maar snel naar de dierenarts!

Om te beoordelen of een fret in goede conditie is, kunt u uitgaan van het volgende:

-          Is de ontlasting goed? Plast hij normaal?

-          Is de eetlust goed en drinkt hij normaal?

-          Gedraagt het dier zich als gewoonlijk en doet hij dit op de gewone tijden?

-          Is zijn gewicht goed (voor de tijd van het jaar)?

-          Ziet hij er gezond uit? Glanst zijn vacht en staan de ogen helder? Is de neus licht vochtig en koel?

Veel fretten krijgen vroeg of laat te maken met bijnierproblemen of een te laag bloedsuikergehalte door insulinomen, kleine tumoren in de alvleesklier. Een groot aantal fretten blijkt verder te kampen met maagdarmproblemen, waarbij stress en verkeerde voeding vaak een belangrijke rol spelen. Bij oudere fretten kunnen hartproblemen voorkomen en lymfomen, vergrotingen van de lymfelieren met aantasting van andere organen. Aleutian Disease is een door een parvovirus veroorzaakte ziekte, die tot allerlei gezondheidsklachten bij fretten kan leiden.

Om deze problemen vroegtijdig te ontdekken en direct goed aan te pakken, is een jaarlijkse gezondheidscontrole onontbeerlijk. Kaalheid, jeuk, omvallen, verminderde activiteit, gewichtsverlies, braken, diarree, slecht eetlust, een gespannen buik, achterhandzwakte en hoesten zijn alarmsignalen die op ziekten kunnen wijzen.

 

 

 

 

Wilt u op de hoogte blijven van onze acties en nieuwtjes? Meld u dan aan voor onze nieuwsbrief.