Epilepsie

Epilepsie is een veel voorkomende aandoening bij honden en katten die aanvalsgewijs optreedt, als gevolg van een storing in de hersenfunctie. Er ontstaat een overmaat aan zenuwprikkels ('kortsluiting') waarbij een epileptiforme aanval optreedt.

Oorzaken

Er worden twee groepen epilepsie onderscheiden: primaire epilepsie, waarbij er bij volledig onderzoek geen oorzaak gevonden wordt, en secundaire (reactieve of symptomatische) epilepsie, waarbij er wel een oorzaak te vinden is. De eerste vorm komt het meest voor bij honden en openbaart zich tussen de 6 maanden en 5 jaar oud, waarbij het dier tussen de aanvallen door gezond is en normaal gedrag vertoont. Bij een aantal hondenrassen treedt epilepsie aanzienlijk vaker op, waarbij een genetische afwijking de basis vormt. Dit zijn o.a. de Border Collie, Australische Herder, Border Terrier, Beagle, Cavalier King Charles Spaniel, Retrievers en herderachtigen. Bij deze rassen is de epilepsie vaak ernstig en soms erg moeilijk te behandelen.

De secundaire vorm kan bijvoorbeeld optreden na hersentrauma of bij orgaanfunctiestoornissen, zoals lever- of nierfalen.

Een epileptische aanval

Epilepsie kan zich in veel vormen uiten. De meest voorkomende vorm is de gegeneraliseerde vorm, waarbij de prikkel over de gehele hersenen wordt verspreid. De patiënt valt om en er is sprake van bewustzijnsverlies. In de eerste fase, de pre-ictale fase (aura of prodromi), kan het dier onrustig zijn en  aandacht vragen. Soms wordt er gebraakt en kan klappertanden voorkomen. De eigenlijke aanval, de toeval of ictus, kan enkele seconden tot meerdere minuten duren. Hierbij is het dier verminderd of niet bij bewustzijn en reageert daardoor niet op aanhalen/roepen. Tevens kan het dier schuimbekken, kwijlen, de urine en ontlasting laten lopen, klappertanden en bijten en treden er hevige spierkrampen op. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de tonische en clonische fase binnen de ictus. Daarna volgt de herstelfase, de post-ictale fase, waarin het dier in de war kan zijn, veel slaapt, soms slecht ziet en een grote eetlust of dorst kan hebben. Deze fase kan soms uren duren.

Er is ook een partiële vorm waarbij de prikkel maar over een deel van de hersenen verspreidt. Hierbij kunnen er bijvoorbeeld stuiptrekken, vlieghappen en zenuwtrekjes gezien worden. Ook kan er een combinatie van de voorgaande vormen zijn welke dan als een partiële aanval begint en later zich verspreidt over het lichaam.

Diagnose
Als dierenarts is het vaak moeilijk een diagnose te stellen omdat de aanvallen vaak te kort zijn. Het verhaal van de eigenaar is daarom van groot belang. Een bijkomend probleem is dat de aanvallen meestal in rust komen, dus tijdens de slaap en daarom vaak 's nachts. Het is dus vaak zo dat veel aanvallen niet zullen opvallen. Indien u denkt dat uw huisdier een vorm van epilepsie heeft, is het een goed idee om een dagboek bij te houden van de verschijnselen en dit met uw dierenarts te bespreken. Ook het filmen van een aanval kan hierbij helpen.

Wanneer de hond of kat vaker dan 2 keer een aanval heeft gehad binnen 6 maanden of een erg lange aanval, is het verstandig om het dier door de dierenarts na te laten kijken. Bij risicorassen adviseren we al na het optreden van de eerste aanval te starten met onderzoek en behandeling. Er zal een uitgebreid lichamelijk en een neurologisch onderzoek uitgevoerd worden. Een bloedonderzoek wordt gedaan om o.a. de orgaanfuncties te testen. Aanvullende onderzoeken kunnen  bestaan uit een CT- of MRI-scan van de hersenen.

Behandeling

De behandeling van epilepsie gebeurt met anti-epilepsie medicijnen en is erop gericht aanvallen te onderdrukken. Behandeling geneest epilepsie niet!

Er zijn verschillende medicamenten, eerste keus middelen zijn imepitoïne (Pexion®) en fenobarbital. Soms is het nodig om meerdere medicijnen naast elkaar te geven bij onvoldoende resultaat. Een deel van de huisdieren kan, ondanks therapie, toevallen blijven houden. Vaak is het nodig om de therapie levenslang te geven.

Wanneer alles goed gaat is het advies om regelmatig op controle te komen en middels bloedonderzoek o.a. de orgaanfuncties te beoordelen in verband met mogelijke bijwerkingen.

Bij secundaire epilepsie wordt, indien mogelijk, allereerst de onderliggende oorzaak behandeld.

Wat te doen bij een epileptische aanval?

Blijf rustig en zorg ervoor dat het dier zich niet kan verwonden. Zorg voor een rustige omgeving, bij voorkeur in het donker en met zo min mogelijk geluiden. Probeer geen pillen in te geven, door de kaakkrampen kunt u zich hiermee verwonden. Houd de tijd in de gaten, een aanval mag niet langer dan 10 minuten duren. Probeer het dier niet vast te houden, de aanval kan niet onderbroken worden en het dier wordt hier niet mee geholpen. Neem bij twijfel altijd contact op met de dierenarts!

Een gevaarlijke complicatie van een epileptische aanval is de zogenaamde status epilepticus, in dat geval houdt de aanval langer aan dan 10 minuten. Ook clustering van aanvallen, meerdere aanvallen kort achter elkaar, kan gevaarlijk zijn en uitmonden in een status epilepticus. Het grootste probleem is dan dat de hersenen te weinig zuurstof krijgen en dat de lichaamstemperatuur te hoog oploopt. Veel eigenaren van dieren met epilepsie hebben van hun dierenarts een tube met diazepam (Stesolid®) gekregen dat via de anus kan worden toegediend en dat de aanval dan moet stoppen. Indien dit niet lukt, is het noodzakelijk om een dierenarts te bellen.

 

 

Wilt u op de hoogte blijven van onze acties en nieuwtjes? Meld u dan aan voor onze nieuwsbrief.