Elleboogdysplasie

Elleboogdysplasie (ED) is een erfelijke ontwikkelingsstoornis in de elleboog die leidt tot pijnlijkheid, kreupelheid en artrose (gewrichtsslijtage) van het gewricht. ED is een verzamelnaam voor vier aandoeningen in het ellebooggewricht: LPC, LPA, OCD en incongruentie.

LPC = Los Processus Coronoideus
Het processus coronoideus bevindt zich aan de binnenzijde van de elleboog en hoort vast te zitten aan de ellepijp (ulna). Er zijn 2 vormen van een los processus coronoideus (LPC): het stukje kan als geheel afbreken en er kan een losse kegel afbreken tussen ellepijp en spaakbeen (radius). In 70% van de gevallen komt een LPC beiderzijds voor. Meerdere factoren lijken van invloed te zijn op het ontstaan van deze aandoening. Erfelijke aanleg is bekend, onder andere bij de Berner Sennenhond, Labrador en Golden Retriever, Duitse Herder en Rottweiler, maar ook overgewicht en de voeding spelen een rol.

LPA = Los Processus Anconeus
Het processus anconeus is een uitpuiling van de ellepijp die in het opperarmbeen scharniert. Tijdens de groei ontwikkelt het zich uit kraakbeen. Dit stukje bot kan alleen los komen te liggen voordat het benig vergroeid is, het moet dan ook ontstaan voor een leeftijd van 5 maanden. De oorzaken voor een LPA zijn trauma, een groeistoornis van ellepijp of spaakbeen (zoals bij incongruentie) of een afwijkende verbening. De laatste vorm is erfelijk en wordt nogal eens gezien bij de Duitse Herder.

OCD = Osteochondrose Dissecans
Bij OCD is er sprake van een afwijkende kraakbeenrijping, waardoor een kraakbeenflap loslaat van het binnenglijvlak van het opperarmbeen (humerus). OCD kan ook in andere gewrichten, zoals de schouder, enkel en soms de knie worden aangetroffen. De oorzaak is multifactorieel, naast de erfelijke component spelen ook een snelle groei en voeding een rol bij het ontstaan van OCD.

Incongruentie
Incongruentie is simpel gezegd een niet goed passende elleboog. Dit ontstaat doordat de ellepijp en het spaakbeen niet gelijk groeien, wat resulteert in een te korte ellepijp of een te kort spaakbeen. Beschadiging van een van de groeischijven ligt hieraan ten grondslag. Ten gevolge van een te kort spaakbeen kan een LPC ontstaan. Er zijn vormen bekend die een erfelijke grondslag hebben, zoals bij de Berner Sennenhond, Herders en Retrievers. Met name Bassets en Engelse Bulldoggen, hondenrassen met korte poten, ontwikkelen elleboogproblemen ten gevolge van een te korte ellepijp, wat een LPA tot gevolg kan hebben.

Symptomen
De verschijnselen die waarneembaar zijn bij de hond zijn voor alle vormen van ED min of meer gelijk. De symptomen treden op vanaf ongeveer 5-6 maanden tot 1 jaar leeftijd en kunnen wisselend aanwezig zijn. Bij een LPC kunnen de klachten zich ook op latere leeftijd openbaren. Vaak is er sprake van wisselende kreupelheid aan de voorpoten, overvulling (vocht) van het gewricht en pijn bij (passieve) beweging van de elleboog. Als beide ellebogen zijn aangetast kan het moeilijk zijn om de symptomen te onderkennen. De klachten worden veroorzaakt door pijn (irritatie) en artrose (gewrichtsslijtage).

Diagnose
Elleboogdysplasie kan in de meeste gevallen door middel van röntgenfoto’s worden vastgesteld. Het is verstandig om beide ellebogen te onderzoeken, aangezien veel aandoeningen beiderzijds voor kunnen komen. LPA, OCD en incongruentie zijn meestal duidelijk te zien, een LPC kan moeilijk zichtbaar zijn. In sommige gevallen kan een CT-scan nodig zijn voor het stellen van de diagnose.

Hoe eerder de aandoening wordt vastgesteld en behandeld hoe beter de uiteindelijke prognose. Dat wil zeggen dat bij een jonge hond, die regelmatig met een voorpoot kreupel loopt, er niet te lang gewacht moet worden met het maken van röntgenfoto’s van beide ellebogen.

Behandeling
De behandeling van een afwijkend ellebooggewricht hangt ondermeer af van de aard en de ernst van de afwijking, de ernst van de klachten, de leeftijd van de hond en eventueel aanwezige (complicerende) artrotische veranderingen. Vaak is een chirurgische behandeling geïndiceerd. Daarbij geldt dat, als er geen factoren tegen pleiten, losgeraakte bot- en kraakbeenfragmenten uit het gewricht worden verwijderd of vastgezet worden, terwijl de incongruentie zo mogelijk wordt gecorrigeerd.

Artrose zelf is niet chirurgisch te behandelen, wel de oorzaak van artrose. De behandeling van artrose zal erop gericht zijn om het slijtageproces en de ontsteking te remmen en de pijn zoveel mogelijk weg te nemen. Een drietal componenten is hierbij van belang: voeding en/of supplementen, pijnstillers/ontstekingsremmers en een bewegingsadvies.

ED-onderzoek
De beste manier om ED te voorkomen is het uitvoeren van een gericht fokbeleid met een röntgenologische screening van fokdieren. Elleboogdysplasie-onderzoek bij de hond richt zich op de 4 verschillende aandoeningen van het ellebooggewricht en is gebaseerd op röntgenfoto's van de ellebogen. ED-foto's worden beoordeeld door een panel van deskundigen van de Raad van Beheer. Een zo objectief mogelijke beoordeling van de foto's, die voor de ED-bestrijding onontbeerlijk is, wordt daarmee zo goed mogelijk gewaarborgd. De beoordeling van ED-foto's heeft tot doel informatie te verschaffen aan fokkers en rasverenigingen die gegevens over elleboogdysplasie in hun fokprogramma willen gebruiken.

In het algemeen geldt: hoe beter de kwalificatie van de ellebogen, hoe kleiner de kans dat de nakomelingen ED zullen ontwikkelen. Dit is echter geen garantie dat alle nakomelingen van negatief beoordeelde honden ook negatief zullen zijn, de kans is alleen groter. De wijze van vererven kan per ras verschillen. Van honden die niet vrij blijken te zijn van elleboogdysplasie, maar die hiervan geen uiterlijke verschijnselen tonen, kan op grond van deze foto's niet voorspeld worden in welke mate ze later problemen kunnen krijgen. Dit is afhankelijk van de aard en de ernst van de aandoening en het gebruik en de aard van de individuele hond.

Wilt u op de hoogte blijven van onze acties en nieuwtjes? Meld u dan aan voor onze nieuwsbrief.